Het had eenvoudig moeten zijn. Paspoort en foto’s afgeven aan een reisagent in Bishkek, en die zou ervoor zorgen dat in dat paspoort een paar dagen later een Chinees visum zou staan. Tegen betaling, natuurlijk, maar dat was het waard, want dit waren mensen die ervaring hadden met de procedure en die lang in de rij staan konden vermijden. Het had eenvoudig moeten zijn.

Een eerste gesprek bij een door een goed geïnformeerde website aanbevolen reisagent maakt duidelijk dat er iets veranderd is. Er wordt gesproken over een nieuwe consul, aanscherping van de regels, langere termijnen en een beoordelingsgesprek dat de aanvraag afsluit. Een tweede reisagent bij wie ik langsga heeft het over afgewezen aanvragen, zonder duidelijke reden maar vooral voor alleenreizenden. Het zou twijfelachtig zijn dat mijn aanvraag kan lukken maar ik zou ‘het toch moeten proberen’.

Ik ga terug naar de eerste, die wat optimistischer was, en vraag haar de procedure voor me op te starten. Andere reizigers hebben goede ervaringen met haar gehad.

In de loop van de week spreek ik nog meer mensen die ervaring hebben met visumaanvragen en een inzicht geven in wat er allemaal nodig zal zijn: paspoort en foto’s natuurlijk, en verder een reisschema, tickets voor binnenlands vervoer, hotelreserveringen, bewijs van voldoende financiële middelen, werkgeversverklaring, een uitnodigingsbrief (die door een reisbureau in Peking opgestuurd zal moeten worden), bewijs van registratie als buitenlander in Kyrgizië. Registreren is volgens Kyrgizische wetgeving alleen vereist voor buitenlanders die met een visum het land binnenkomen en moet binnen vijf dagen na binnenkomst gebeuren. Aangezien voor ons land geen visumplicht geldt heb ik me niet geregistreerd, en tegen de tijd dat duidelijk wordt dat de Chinezen de registratie toch willen zien is de termijn daarvoor verlopen en kan ik een automatische boete tegemoet zien van 150 dollar. Maar ik ben niet eens verplicht te registreren? Maakt niet uit.

Op maandag had ik de zaak in werking gezet. Op vrijdag ga ik eens kijken hoe ver ze zijn, wat ze voor me gedaan hebben. Degene die ervoor verantwoordelijk is kan ieder moment terugkomen van de ambassade, dus ik wacht. Een collega haalt een kopie van mijn paspoort uit een stapel documenten, het is zo te zien het enige dat herinnert aan ‘mijn zaak’.

De verantwoordelijke komt binnen, klaagt tegen collega’s dat de regels alweer veranderd zijn en begint zich bezig te houden met een stapel Kyrgizische paspoorten. Ik wacht af, ben niet onzichtbaar maar word voorlopig nog even genegeerd. Uiteindelijk kaart een collega mijn aanwezigheid aan. Zonder op te kijken maakt degene die maandag heeft toegezegd mijn visum aan te vragen een afwerend gebaar. Ze zegt iets in het Kyrgizisch, dat na enige aarzeling en verontschuldigend door de collega wordt vertaald als: het gaat niet lukken, we kunnen je aanvraag niet behandelen.

O. Wat nu?

Ik zou naar één van de andere reisagenten kunnen gaan met wie ik al gesproken heb. Een nieuwe poging het visum aan te vragen gaat minimaal anderhalve week duren, waarschijnlijk langer. Als het lukt een visum te krijgen zal ik door China, Laos en Thailand heen moeten racen om nog voor eind mei in Maleisië aan te komen, op tijd om een vliegtuig terug naar Europa te nemen voor ons volgende plan: een paar maanden zeilen op de Middellandse Zee vanaf begin juni. Een nieuwe poging betekent bovendien honderden dollars investeren in visumkosten, betaling voor de diensten van de reisagent en de boete voor te laat registreren. En al die tijd, al dat geld kan heel goed voor niets zijn, want ik ben één van die alleenreizenden van wie de visumaanvraag kennelijk vaak wordt afgewezen.

Er is nog één andere optie: door naar Kazachstan (waar Nederlanders sinds kort zonder visum twee weken mogen doorbrengen) en daar een Chinees visum aanvragen. Volgens berichten van anderen mag ook daar gerekend worden op een lange termijn en allerlei problemen.

Een paar uur later reserveer ik voor de volgende dag een stoel op een vlucht van Bishkek naar Almaty en een aansluitende vlucht naar Kuala Lumpur.

Voordat de vlucht ‘s avonds vertrekt breng ik nog een dag door in Bishkek, de vertrouwde stad waar ik al eens twee maanden doorgebracht heb en waar ik ook nu best over had willen vertellen. Maar het zijn de verwikkelingen rond het Chinese visum die alles overschaduwen. De dag trekt me naar de avond toe, naar het vliegveld, naar de vlucht die, eerst op een zuidwestelijke, dan een zuidelijke en tenslotte een zuidoostelijke koers, naar Maleisië voert. Om de hoogste bergen heen. Om China heen. Hoe treffend.