… en zo zijn we intussen al een week in Luang Prabang, een maand nadat we Penang verlaten hebben. Niets over geschreven, weet ik, en ook niet over de maanden doorgebracht op een zeiljacht in de Griekse wateren, hiervoor.

Nu dan.

Griekenland is al snel gaan aanvoelen als thuis. Terwijl de kranten vol stonden over een volk dat zijn schulden niet wilde of kon betalen gingen de Grieken gewoon door met waar ze al mee bezig waren: doorgaan, rustig aan. Met een gastvrijheid, een onbevangenheid, een joie de vivre waar menig West-Europeaan nog heel, heel veel van kan leren ging Griekenland gewoon door met leven. O, enkele maanden zijn niet genoeg hoor.

De Ionische eilanden trekken veel windsurfers.

De Ionische eilanden trekken veel windsurfers.

Eén ding: wat je ook doet, ga niet naar Mykonos. Met hele cruise-schepen tegelijk, met vliegtuigen vol worden buitenlanders aangevoerd die vervolgens braaf schuifelen door wat eens een pitttoresk stadje moet zijn geweest, maar nu niet meer is dan een verzameling souvenirwinkels en veel te dure restaurants. We waren er aangemeerd en zijn zo snel mogelijk weer vertrokken.

Fourni, een eiland in de Dodekanesos waar we steeds bleven terugkomen.

Fourni, een eiland in de Dodekanesos waar we steeds bleven terugkomen.

Wat we ook hebben meegemaakt: een eilandje waar de complete bevolking bestond uit de bewoners van één boerderij: negen mensen. Dat wil zeggen, in de zomer. De kinderen waren thuis tijdens de schoolvakantie, en er waren twee Pakistani die hielpen met het verzorgen van geiten en schapen, het plukken van cactusvruchten en vijgen. In de winter leven er niet meer dan twee mensen op het eiland. Tijdens ons bezoek konden we genieten van dagelijks vers gestoofd geitenvlees en een Griekse salade met zelfgemaakte feta. En ijskoud bier.

De baai waar we bij ieder bezoek aan Fourni voor anker lagen.

De baai waar we bij ieder bezoek aan Fourni voor anker lagen.

En we waren in Athene op de dag dat het Griekse volk in een referendum stemde tegen de door de troika gestelde eisen voor meer hulp. Het was een door de internationale media opgeklopt verhaal, dat uitmondde in een anticlimax. Het Griekse volk rechtte de rug, dat was alles.

Op Kos groeide tijdens ons verblijf de vluchtelingencrisis. De overheid, naar wat Duitse media schreven ‘völlig überfördert’ sloot duizenden mensen op in een stadion op loopafstand van de haven waarin wij lagen. De bevolking die met de rest te maken had zei dingen als ‘ze schijten de hele buurt vol’ maar leverde toch hulp en ontdekte al snel dat het niet ging om haveloze gelukszoekers maar om mensen die geld bij zich hadden.

Er is zoveel meer te vertellen.

Het lijkt erop dat het koninkrijk wordt voorbereid op een troonopvolging. Overal staan foto's van de kroonprins en zijn vader.

Het lijkt erop dat het koninkrijk wordt voorbereid op een troonopvolging. Overal staan foto’s van de kroonprins en zijn vader.

Maar nu. Na enige tijd in Penang zijn we opnieuw vertrokken, deze keer wat dichter bij huis. Eerst gevlogen naar Bangkok. We troffen er Cor, die al jaren in Bangkok woont en er werkt als leraar. Zijn vak is Engels, maar tijdens zijn lessen leert hij zijn leerlingen vooral zelfstandig denken, een voor ons vanzelfsprekende maar in Thailand zeldzame vaardigheid. We liepen op straat tegen Peter aan, een bejaarde Canadees die we uit Penang kennen. En we brachten een paar avonden door met Larry, ook Canadees, die we eerder in Thailand hadden ontmoet. Hij zorgt ervoor ieder jaar zes maanden in Azië of Zuid-Amerika te zijn en had op mij een grote indruk gemaakt toen hij eens ‘s avonds was aangekomen met zelf opgedoken schelpdieren en zelf geschoten vis. Deze keer is hij van plan de Thaise westkust langs te kanoën met zijn vrouw, van noord naar zuid.

Ons plan, voor zover je kunt spreken van een plan, was het noorden van Laos te bezoeken, nadat we al eerder het zuiden doorkruist hadden totdat ons visum was verlopen. Meer dan dat wisten we nog niet, zelfs de tijd die we zouden doorbrengen met reizen lag niet vast. Met wat minimale bezittingen onderweg, de rest zou vanzelf wel komen.

In Khong Kaen is niets te doen.

In Khon Kaen is niets te doen.

Vanuit Bangkok namen we een bus naar Khon Kaen. Schot in de roos: niets te doen en dus geen toeristen. Wel markten, restaurants waar menukaarten, als ze al bestaan, enkel in het Thais zijn, en een bevolking die voor een groot deel bestaat uit Chinezen die, in tegenstelling tot Chinezen in Maleisië, zodanig zijn geïntegreerd dat ze ook onderling Thais met elkaar praten. Het was al een opluchting Thais te kunnen spreken: op veel plaatsen in Thailand krijgt de bezoeker enkel te maken met personeel uit Birma, wat je je pas realiseert als de antwoorden die je krijgt niet kloppen…

Volgende bus: Loei, en hier komt de foodie zo mogelijk nog meer tot zijn recht. Klein plaatsje, maar vol culinaire geneugten, van het restaurant waar je je bord rijst laat aanvullen met in bakken klaarstaande gerechten tot, opnieuw, de markt waar de meest uiteenlopende snacks worden verkocht: verschillende ‘khanom’ (in bananen- of pandanblad gestoomde kleefrijst of sago met allerlei meest zoete, maar zelden alleen zoete vullingen), geroosterde gemarineerde kip, en, o heerlijkheid, je houdt het niet voor mogelijk, er is iemand die eenhapsporties miang kham op een stokje aanbiedt…

Zelfie zonder zelfiestok. In de buurt van Loei.

Zelfie zonder zelfiestok. In de buurt van Loei.

Miang kham is misschien niet bij iedereen bekend. In Nederland hebben we het enkel ooit gevonden bij het Thaise restaurant White Elephant in de van Woustraat in Amsterdam. Je krijgt, wanneer je dit bestelt, een stapel bladeren (wilde peper, heb ik me laten vertellen; ook in Penang worden ze in de keuken gebruikt), en verder allerlei kleingesneden ingrediënten die veel voorkomen in de Thaise keuken: limoen, citroengras, knoflook, geroosterde pinda’s, gember, spaanse pepers, kokos, gedroogde garnalen, eventueel onrijpe mango… met deze ingrediënten vul je een blad, je doet er wat van de bijgeleverde zoete saus overheen, en je steekt het geheel in je mond. Even kauwen en… een smaakexplosie waarvan je zou willen dat die nooit meer ophoudt.

In Khon Kaen hebben we een variant daarop leren kennen: een complete tilapia waarvan het in blokjes gesneden vlees in olie is gebakken en waar de overige ingrediënten van miang kham bij geserveerd worden.

Landschap rond Sayabury

Landschap rond Sayabury

Fietsende meisjes in Sayabury

Fietsende meisjes in Sayabury

Vanuit Loei (dat niet zo wordt uitgesproken) bracht ons de volgende bus Laos in. We stapten uit in Sayabury, ook wel geschreven als Xayaboury, Sayabouly en weet ik wat nog meer. Opnieuw geen toeristen, wel een plaatsje met een heldere hemel, mensen met wie we enkel in het Thais een beetje konden communiceren en huurfietsen waarvan de banden niet konden worden opgepompt omdat niemand een pomp had en waarvan de remmen maar gedeeltelijk werkten. Hele vriendelijke mensen (hallo buitenlander, heb je misschien mijn kalf gezien? Ja, dat hebben we daarginds zien lopen). Geweldig. Op Thaise wijze in limoensap gestoomde tilapia bij een stuwmeer, zwaaiende en ‘sabaidie-ende’ kinderen.

Luang Prabang, honderd kilometer verderop: culture shock. Mensen worden hier in grote getale per vliegtuig aangevoerd. Dat gezegd hebbende blijkt het te gaan om een erg prettig stadje. De oude binnenstad maakt al twintig jaar deel uit van het Unesco werelderfgoed en de eens tot vervallen gedoemde huizen zijn grotendeels hersteld en verbouwd tot hotels en pensions. Ziet er best goed uit, met allemaal groen en zo. Daartussen kijken nog wat mensen die niet hebben verbouwd (verbouwereerd? stoïcijns, eerder) de passerende buitenlanders na vanuit onderkomens die anachronistisch, archaïsch, vreugdeloos overkomen. Wat opvalt is de rust en de harmonie die dit alles desondanks uitstraalt.

De rijst is klaar om geoogst te worden.

De rijst is klaar om geoogst te worden.

Het helpt waarschijnlijk dat de bezettingsgraad zelfs in het hoogseizoen niet boven de 20 procent uit lijkt te komen. En het helpt dat gemotoriseerd verkeer heel rustig rijdt en rekening houdt met iedereen. Gemoedelijk, erg gemoedelijk.

We zijn intussen dus ruim een week in Luang Prabang, omdat het stadje ons bevalt en omdat ons verteld werd dat er sinds kort een consulaat is waar een Chinees visum kan worden aangevraagd – onze aanvraag is nu in behandeling.

Wat het eten betreft, dat eigenlijk de grote reden had moeten zijn om wat langer door te brengen blijkt te gelden: vaak geschoten is vaak mis. Laos is geen Thailand, en de grote aantallen buitenlandse vakantiegangers brengen grote schade aan door hun eigen eetgewoontes mee te brengen en restauranthouders ertoe te brengen ieder spoortje van ongewenste ingrediënten te mijden.

Neem laab, een nationaal Laotiaans gerecht dat je in vooral in het noorden van Thailand hier en daar nog kunt krijgen zoals het hoort: zo vurig heet dat je met door tranen verblinde ogen en met brandende lippen en gehemelte probeert je door iets heen te werken dat je godverdikkie zelf besteld hebt maar dat zich heftig weert. Een goeie laab is een formidabele tegenstander.

In Luang Prabang serveren duurdere restaurants versies van laab waar geen enkele spaanse peper zelfs maar in de buurt is gekomen, en het resultaat is een laf gerecht waarvan je je terecht kunt afvragen waarom het zo bekend is en waar je veel te veel voor betaalt. Slecht eten krijgen en daar veel voor betalen is een schokkende ervaring waar je niet zomaar van herstelt.

Dankzij een ter plekke woonachtige fransman ontdekken we een restaurant waar een fusion van Laotiaans en internationaal wordt aangeboden, waar weliswaar ook geen pepers gebruikt worden maar waar dat ook niet zou passen in de geboden gerechten. Het is een openbaring met combinaties van smaken die een mens weerloos maken: meer alstublieft, meer. Dit is zo godvergeten lekker, dit kan helemaal niet.

Interessant: er zit bijna niemand, terwijl de restaurants links en rechts vol zitten en een restaurant in de buurt waar futloze ‘specialiteiten’ worden geserveerd zelfs avond na avond vol is met reserveringen. Zodanig is de invloed van reisgidsen en websites dat wat bekend is bekend blijft omdat het mensen blijft trekken die er lovend over schrijven, en wat om welke reden dan ook op pagina twee terecht is gekomen niet bezocht wordt, dus niet beschreven, dus niet bezocht…

Wachten op een bootje om ons over te zetten. In de omgeving van Luang Prabang.

Wachten op een bootje om ons over te zetten. In de omgeving van Luang Prabang.

Morgen zijn onze Chinese visa klaar. Voor de aanvraag hadden we wat vereiste bescheiden bij elkaar gezocht, waaronder een vliegretour en hotelreserveringen. Die hebben we meteen weer geannuleerd want we gaan over land en we willen niet aan een schema vast zitten. Speelt het consulaat mee? Morgen weten we het.