Landschap in de buurt van Phongsali

Landschap in de buurt van Phongsali

Larry had ons een week of vijf geleden in Bangkok verteld dat hij ooit het noorden van Laos had bezocht maar er niet lang gebleven was. Waarom niet? ‘I am food-driven’, had hij geantwoord, en daarmee was alles gezegd. Het was een onmiddellijk herkenbare opmerking waar een zekere charme vanuit ging, net als het woord dat hij gebruikte voor iemand die huis en haard opgeeft om te gaan reizen: die is niet ‘homeless’ maar ‘home-free’.

Akha-meisje maakt vis schoon. De ingewanden zijn voor de honden.

Akha-meisje maakt vis schoon. De ingewanden zijn voor de honden.

Na onze eerdere reis door het zuidelijk deel van het land waren we ervan overtuigd dat ook het noorden een culinair walhalla moest zijn, maar na een paar weken van ‘Larry had gelijk, Larry had geen gelijk, Larry had gelijk’ is de voorlopige conclusie dat er hele goeie redenen zijn om het hoge noorden van Laos te bezoeken, maar je kunt er beter niet de culinaire verrukkingen verwachten die je elders in Zuid-Oost Azië aantreft.

Avontuur is er wel, voor wie dat op zijn bord zoekt. Je hoeft maar op een markt rond te lopen om dat te begrijpen. Je treft er, behalve wat wij doorgaans slachtafval noemen, ook eekhoorns aan, en larven, en buffelonderdelen als horens, oren, staart. Tijdens een wandeling buiten het dorp zagen we hoe op veel plaatsen buffelhuid werd geprepareerd voor gebruik in de keuken. Een vrouw was bezig met een houten hamer op een groot mes te slaan om zo de huid in repen te snijden. Die repen hingen elders al te drogen, en ons werd verteld dat ze worden geroosterd en dan met bier als snack genuttigd. Ook worden ze in Birma kennelijk gekookt tot een rubberachtige massa en dan in salades verwerkt. En in een winkel die we binnenliepen zat een verkoopster genoegelijk te kluiven aan een spies met geroosterde kippenvoeten. Het is allemaal best wel exotisch, maar verfijnde keuken? Nee.

Repen buffelhuid hangen te drogen.

Repen buffelhuid hangen te drogen.

Wat wij vooral te eten gevonden hebben was noedelsoep. Heeft u ook rijst? Nee, soep. Pho, zoals die, naar gezegd wordt, ook in Vietnam gegeten wordt, en Khao Soy, een hele andere dan die we uit Noord-Thailand kennen. Of we konden bij een Chinees ingrediënten uitzoeken waarmee in een mum van tijd een gerecht bereid werd – in de wok, want ook in dit deel van de wereld is het in Nederland al enige tijd populaire wokken doorgedrongen. Soms leverde dit iets heel smakelijks op, met eenvoudige toevoegingen als schijfjes gember, hele tenen knoflook en een bescheiden hoeveelheid spaanse peper, en soms stond het zo bol van de smaakversterkers dat het bijna oneetbaar was.

Brug in Luang Nam Tha.

Brug in Luang Nam Tha.

Waarvoor je het noorden wel bezoekt: de natuur, de wandelingen, de vele berg-, dal- en daartusseninvolkeren waarvan de dorpen soms verspreid door elkaar heen liggen, waarvan de bewoners het liefst binnen het eigen dorp trouwen maar waar ook wel eens verder gekeken wordt, dorpen waar in harmonie met de natuur geleefd wordt en die vreedzaam naast elkaar bestaan.

Vreemde aanblik, na uren en uren van ongereptheid met hooguit af en toe wat akkertjes waarvan de opbrengst voor eigen gebruik is, wanneer je de omgeving van Muang Sing aanschouwt: grote plantages, hele heuvels begroeid met uitsluitend rubberbomen of bananenplanten, daartussendoor velden met suikerriet. Dit is aangelegd met Chinees geld, er werken bijna uitsluitend Chinezen, en de opbrengst gaat de grens over, die hier dichterbij ligt dan de dichstbijzijnde Laotiaanse stad.

Charlotte in het bananenbos

Charlotte in het bananenbos

We waren in Muang Sing aangekomen na een rit in een minibusje, waar we op de achterbank beland waren waarop vier mensen plaats moesten vinden. Aangezien er niet genoeg plaats was voor mijn benen kon ik niet anders dan mijn kniën optrekken en ze hoog tegen de rugleuning voor ons laten rusten. Voor de terugweg hadden we besloten te doen wat we al in Cambodja een paar keer met succes gedaan hadden, namelijk drie kaartjes kopen voor ons tweeën.

Dat leek te werken, want bij het instappen konden we mensen die als vierde op de rij wilden gaan zitten ertoe overhalen ergens anders een plaats te zoeken. Maar na het verlaten van het busstation bleven in het dorp mensen instappen, zodat er, tegen de tijd dat we het dorp uitreden, zeventien passagiers zaten in een busje dat bedoeld was voor elf. Dat we meer betaald hadden was prima, maar er werden natuurlijk geen mensen achtergelaten! Tegen Charlotte lag een vrouw te slapen, daarnaast zat een jongeman stil in een plastic zak te kotsen, achter me zat iemand aan één stuk door te rochelen en uit het raam te spugen, en eigenlijk was het wonderlijk dat ik dat kon horen, want de muziek stond zo hard dat het pijn deed aan de oren. Zoveel leven in zo’n klein busje, in zo’n rustig, gemoedelijk land…

En zie, vlak nadat ik bovenstaande had opgeschreven vonden we in Luang Nam Tha een restaurant dat plaatselijke specialiteiten aanbiedt, waaronder sa, iets dat lijkt op laab, en een jaew (soort dip met groente) die wordt bereid met kruiden die door Akha-vrouwen in de bergen worden geplukt en op de markt verkocht. Och hemel, je moet er even voor zoeken, maar er zitten parels tussen hoor.

Morgen gaan we China in. Of van daar bloggen mogelijk is weet ik nog niet…