In de omgeving van Dali liggen allerlei boerendorpen die beslist een bezoek waard zijn, en de beste manier om ze te bezoeken is met de fiets. Zo kun je gemakkelijk van dorp naar dorp gaan en eenmaal binnen de dorpsgrenzen, geruisloos dwalen door steegjes waar je enkel voetgangers en langzame voertuigen tegenkomt, over met plakken stront bekleed plaveisel, langs poorten die een vluchtige blik bieden op binnenhoven met allerlei boerenspul, het ruikt zoals het hoort en het doet wat nostalgisch aan maar de boerderijen zien er van buiten uit als ommuurde Chinese paleizen, en dan sta je opeens op een dorpsplein waar de waarschijnlijk dagelijkse markt plaatsvindt, en je wordt eraan herinnerd dat Yunnan vooral bestaat uit een enorm aantal etnische minderheden.

Rechts een boerderij in de buurt van Dali, links een aquaduct waarmee water uit het meer naar de velden gebracht wordt.

Rechts een boerderij in de buurt van Dali, links een aquaduct waarmee water uit het meer naar de velden gebracht wordt.

Kleine dorpen, kleine markten.

Kleine dorpen, kleine markten.

Hier worden rozenknoppen geoogst die op de markt verkocht worden en aan de thee toegevoegd. Meer dan dat trof me het tegenlicht, dat de voorgrond doet opvlammen en de hellingen op de achtergrond in de schaduw houdt.

Hier worden rozenknoppen geoogst die op de markt verkocht worden en aan de thee toegevoegd. Meer dan dat trof me het tegenlicht, dat de voorgrond doet opvlammen en de hellingen op de achtergrond in de schaduw houdt.

We hebben een omweg overwogen naar een uithoek van de provincie waar een Nederlander woont tussen een volk van ‘irréductibles’ (de Nederlandse vertaling van ‘onoverwinnelijke Galliërs’ dekt de lading niet helemaal), maar we willen eerst door naar het noordwesten en dan kijken hoe we met de tijd zitten.

Lijiang, een paar uur verder naar dat noordwesten over opnieuw zo’n snelweg die met bruggen en tunnels een einde maakt aan het idee van een land dat ‘zich ontwikkelt’, is nog zo’n moet-je-gezien-hebben plaats. De binnenstad staat onder Unesco werelderfgoedbescherming en is dus, net als Dali, gerenoveerd tot openluchtmuseum.

Allemaal goed bedoeld hoor, dat Unesco-gedoe, maar wat we in de praktijk zien is dat de bewoners verdwijnen en er iets ontstaat waar bezoekers zijn en geld verdiend wordt maar waar geen leven meer mogelijk is. Ik vrees voor de oudere delen van George Town op Penang, die in 2008, als ik me niet vergis, tot werelderfgoed zijn verklaard. Zoals vaker zal het enkel om het geld gaan dat verdiend kan worden – degenen die nu nog wonen in het nieuw benoemde erfgoedgebied maar geen eigenaar zijn, zijn de grote verliezers.

20151214_155746.jpgIn eerste instantie bevielen ons de smalle straatjes met het soort plaveisel waar je niet met een voertuig overheen zou willen, als het al was toegestaan, en waar dus de voetganger zich veilig weet.

Maar de betovering werd verbroken. Dezelfde winkels als in Dali, dezelfde meisjes in de (naar de straat toe open) bongowinkels die de hele dag door lusteloos trommelen op een cd-achtergrondmuziekje, dezelfde snoepverkopers, dezelfde snuisterijen, ze snuisteren maar zoveel als ze willen hoor, maar het ging vervelen. Het deed ook al geen goed dat voor alles veel geld betaald moest worden en we er te weinig voor terugkregen. Een flesje laf bier en een glas ondrinkbare wijn: dertien euro. Je moet maar durven.

We aten wat in de buurt. Ik zag hoe voor een gerecht dat we besteld hadden wat kip in stukjes gehakt werd. Chinezen doen dat: nooit gehoord van de methode die b.v. Italianen gebruiken om een kip in stukken te verdelen zonder één bot te breken, nooit gehoord van uitbenen. Nee, de hakbijl gaat eroverheen, het arme beest wordt doorkliefd zonder enig respect voor de anatomie. Resultaat: een gerecht met een paar stukjes kip waar bijna geen vlees aan zat (het zullen de voetjes geweest zijn) maar wel vlijmscherpe stukjes bot. En tot overmaat van ramp: smaakversterkers, zo sterk dat een paar happen genoeg waren om te zeggen: laat maar. Ik voelde me beledigd en wilde weg uit Lijiang. De volgende ochtend ontbeten we met een noedelsoep waar juist weer geen smaak aan zat. Ik wilde weg uit Lijiang.

Ah… hoeveel beter was ons Jinghong bevallen, de vriendelijke districtshoofdstad waar net genoeg bezoekers waren om een aangename sfeer te scheppen, en niet zoveel dat het soort massatoerisme kon ontstaan waar enkel nog de omzet telt en de concurrentie een behoorlijke omzet onmogelijk maakt. Zelfs de miljoenenstad Kunming beviel beter. En in Dali hadden we gelogeerd in een guesthouse waar we meeaten met het personeel en waar we ons werkelijk welkom hadden gevoeld. Hee, ook Mengla, waar we met niemand konden praten maar waar we vriendelijk waren ontvangen was een avontuur geweest. Eigenlijk was ons alles tot nu toe heel erg bevallen!

Maar dit… oké, vlak buiten de oude stad bleek echt leven te bestaan. Een kapper die je aanwijzingen negeert en gewoon doet wat hij zelf wil en die gewoon gelijk heeft, een minuscuul optrekje waar met vaardige hand eenvoudige gerechten voor je worden klaargemaakt waar je te weinig voor betaalt, en dan krijg je ook nog met een gulle lach Chinese les… Eigenlijk zou je Lijiang moeten bezoeken zonder een voet te zetten in de oude stad. Maar daarvoor kom je niet in Lijiang…

Een paar kilometer verderop was nog zoiets authentieks, nee Shuhe was véél authentieker, een bezoek waard… vergeet het maar. Bongowinkels, snuiste… laat maar.

Bongowinkel!

Bongowinkel!

Het was tijd. Weg uit Lijiang.

Maar Lijiang was nog niet helemaal klaar met ons. Ik ging ‘s morgens melden dat er geen warm water uit de douche kwam. Eerst wilde het meisje me een thermos met heet water meegeven, zoals gebruikelijk: drinkwater voor de hele dag. Nee, dat bedoelde ik niet, en ik probeerde het opnieuw, met gebarentaal. Ze keek me aan. En haalde toen een handdoek. Toen maar de telefoon erbij gehaald om te vertalen, en haar gezicht klaarde op. Haar antwoord kon worden vertaald als: kapot. Sollie. Charlotte, die met een hoofd vol haarverf stond die uitgespoeld moest worden, accepteerde stoïcijns het gegeven dat dat dus met water van twee graden gedaan moest worden.

Wat opviel was dat het meisje wist dat de warmwatervoorziening kapot was maar bij mijn pogingen uit te leggen dat we geen warm water hadden geen moment daaraan dacht. In grote delen van Zuidoost-Azië hoef je er niet op te rekenen dat mensen in staat zijn tot zelfstandig denken, verbanden leggen, anticiperen, conclusies trekken, initiatief nemen. In China leek dat beter te gaan. Leek.

Charlotte moet af en toe met vreemden op de foto.

Charlotte moet af en toe met vreemden op de foto.