Een kwart van de wereldbevolking kent hem als 虎跳峽, een aanzienlijk deel als Tiger Leaping Gorge, en ik noem hem (anders dan Wikipedia) de Tijgersprongkloof. 60 km ten noordwesten van Lijiang stort zich een watermassa die van de Tibetaanse hoogvlakte komt en op weg is naar de Chinese Zee bij Sjanghai door een smal dal tussen een aantal hoge bergen. Een pad dat enkele honderden meters boven de rivier een aantal bergdorpen verbindt en sinds mensenheugenis door herders is gebruikt heeft in de loop der jaren een gestaag groeiend aantal bezoekers getrokken en overal herbergen doen ontstaan.

Op weg naar boven

Op weg naar boven

Door omstandigheden konden we niet de hele route lopen, dus hebben we ons per auto naar één van de bergdorpen laten brengen, om van daar twee dagen te gaan lopen. Hoe goed het bevallen is mag blijken uit een conversatie die we tijdens het lopen hadden:

– Nogal gavig hè…
– Ja, dit is redelijk spectaculair.

Een indruk van de hoogteverschillen: de toppen steken ver boven de 5000 meter uit, de rivier blijft dik onder de 2000 meter.

Een indruk van de hoogteverschillen: de toppen steken ver boven de 5000 meter uit, de rivier blijft dik onder de 2000 meter.

Eerste overnachting: het is natuurlijk december. Tot nu toe hadden we daar waar we overnachtten altijd wel iets van verwarming gehad: een vloerverwarming die het een beetje deed, een airconditioning die ook warme lucht kon produceren. Met electrische dekens en dikke dekbedden kon dat wel. Nu, voor het eerst, hadden we geen verwarming in de kamer. Onder het dekbed was alles oké, maar daarbuiten gingen alarmbellen rinkelen. De eerste nacht was koud. De eerste ochtend was koud.

Niet alleen wij vonden dat. Kort voordat de zon opkwam hief een zwaarmoedige haan een klaaglied aan met lange uithalen dat (was het mijn verbeelding?) klonk als: ik heb het zo kououououd! Vlak daarna begon een hond met het eenvoudige vocabulaire dat van een hond verwacht kan worden te roepen: ‘Koud, koud! Koud, koud, koud!’

Een strenge, indrukwekkende schoonheid.

Een strenge, indrukwekkende schoonheid.

De grotendeels naakte, op het noord-westen gelegen rotswand die in al zijn donkerheid het hele grote raam van onze kamer met uitzicht vulde en waar de zon pas om een uur of half elf bovenuit kwam kon de indruk van kou alleen maar versterken. En daarbij was het – wat? – een paar graden onder nul? Niets bijzonders. De Singaporeaan van wie we de reisbeschrijving hadden gekregen had in deze regio in februari gewoon drie broeken en twee jassen over elkaar gedragen, niets aan de hand.

Ochtendzon door een wolk heen: het landschap begint op te warmen.

Ochtendzon door een wolk heen: het landschap begint op te warmen.

Zodra de eerste stralen zon het landschap, en ons, bereikten zetten we ons op weg naar een dorpje op anderhalf uur loopafstand, waar we wilden lunchen. Al snel konden we lagen kleding uittrekken, en de donkere wanden aan de overkant van de kloof kregen een strenge, indrukwekkende schoonheid. Een herder die we al de vorige avond met zijn kudde waren tegengekomen ging dezelfde kant op als wij. Met een bijna tandeloze lach gebaarde hij: gaan jullie daar eten? Ik ook!, en hij beende vastberaden voor ons uit.

Aangekomen bij het guesthouse waar we hadden willen lunchen werd duidelijk waar hij naartoe op weg was geweest: er was een bruiloftsmaaltijd gaande met honderden gasten. We konden, werd ons gezegd, met het personeel mee-eten wanneer de gasten naar huis waren. Anderhalf uur later, terwijl we verbaasd keken naar de berg etensresten (bot, zeen, alles wat niet goed eetbaar was) die de gasten discreet uit hun mond naast zich op de grond hadden laten vallen, besloten we terug te keren naar ons guesthouse en daar wat te eten, in de rust van ons eigen privéterras, bij de nu door de zon beschenen, tot boven de vijfduizend meter uitrijzende bergen aan de overkant.

Een pad dat sinds mensenheugenis door herders wordt gebruikt.

Een pad dat sinds mensenheugenis door herders wordt gebruikt.

De volgende dag liepen we het laatste deel van de tocht, over richels, langs watervallen, over rotsen, met steeds het ongenaakbare gebergte aan de overkant en de rivier in de diepte. Bij het eind aangekomen bleek het nog mogelijk met twee opeenvolgende bussen door te gaan naar de plaats die, niet ver van hier, de tot de verbeelding sprekende naam Shangri-La heeft gekregen. En daar gaat het volgende verslag vandaan komen.

Ochtendzon.

Ochtendzon.

Nogal fraaie omgeving.

Nogal fraaie omgeving.

Boerderij op tweeduizend meter hoogte.

Boerderij op tweeduizend meter hoogte.

Een houtskoolvuur om de handen te warmen.

Een houtskoolvuur om de handen te warmen.

Foto: Charlotte.

Foto: Charlotte.

Foto: Charlotte

Foto: Charlotte

Foto: Charlotte. Bewerking: moi.

Foto: Charlotte. Bewerking: moi.