Vanuit het noordwesten van Yunnan zijn we in korte tijd een heel eind oostwaards gehuppeld. Kijk maar: een bus van Shangri-La naar Lijiang, de volgende dag een trein naar Kunming, gevolgd door dezelfde avond nog een slaaptrein naar Guilin, met fraai zicht op het wonderlijke karstlandschap van de provincie Guangxi in de loop van de middag. Door naar Yangshuo, waar die bergen gewoon op iedere hoek van het dorp staan, alsof het zo hoort. Bijzonder fraai. Bezoek aan een talenschool waar we zeker, later dit jaar, een paar maanden Chinees gaan leren. Terug naar Guilin en een hogesnelheidstrein naar Guangzhou.

Guangzhou heb ik ooit leren kennen als Canton, dat was in de tijd dat de wereld nog begrijpelijk was. Exotisch, maar begrijpelijk. De stad had het soort naam waarvan onze voorouders vonden dat die dicht genoeg in de buurt kwam van wat ‘ze daar’ zeiden, Chinezen holden er nog met riksja’s rond, ze spraken er een ander soort Chinees dan in die andere grote stad die toen nog gewoon Peking heette, en later begreep ik dat dim sum van daar naar Hong Kong en verder was gekomen.

Riksja’s? Had je gedacht. Guangzhou is natuurlijk zo’n resoluut moderne Chinese stad van weet ik hoeveel miljoen, met een fantastische infrastructuur en winkelwijken waar een jong, modieus publiek lekker contrasteert met de ouderen die nog geloven in achterhaalde deugden als spaarzaamheid, eenvoud, nederigheid… Wijs me een grijsaard in wat lijkt op een Mao-pak, en ik wijs je honderd jongeren die, met gebogen hoofd schuifelend over het trottoir, enkel aandacht hebben voor hun smartphones. De toekomst is niet aan de grijsaards.

We zochten kennelijk op de verkeerde plaatsen naar de beroemde Cantonese keuken, en na een paar missers (en na de lange rijen gezien te hebben die zich vormden voor een zaak die worsten op een stokje verkocht) zijn we buitenlands gaan eten. Niet Japans, al zat er niemand in het Japanse restaurant waar we langs kwamen en waar we dus meteen hadden kunnen gaan zitten. Wel, daarnaast, Vietnamees, nadat de horden mensen die er rond het middaguur buiten stonden te wachten op een tafel waren verdwenen en we om drie uur ‘s middags in het enorme, nog steeds volle restaurant nog net een tafeltje voor twee konden krijgen. Wat kan er achter zulke verschillen zitten? Politiek, vooroordelen? Waarschijnlijk. We hebben in ieder geval goed gegeten.

Gewoon op straat, in Guangzhou. Kinderen met kleding waarop tekens staan die 'Shaolin' betekenen worden met ietwat harde hand soepel gemaakt. Niet ieder kind kan daar tegen.

Gewoon op straat, in Guangzhou. Kinderen met kleding waarop tekens staan die ‘Shaolin’ betekenen worden met ietwat harde hand soepel gemaakt. Niet ieder kind kan daar tegen.

Op de één of andere manier lopen er in China vaak vrouwen rechts door het beeld. Kijk maar eens bij eerdere foto's.

Op de één of andere manier lopen er in China vaak vrouwen rechts door het beeld. Kijk maar eens bij eerdere foto’s. En kijk naar verschillen tussen generaties…

Bij het vertrek uit Guangzhou nog eens rondgekeken op het zuidelijk treinstation, waar ieder uur vele hogesnelheidstreinen aankomen en vertrekken. Het heeft de afmetingen van een gemiddeld Europees vliegveld (lees: Schiphol) en de architectuur van Aziatische, dus veel modernere vliegvelden. Veel ruimte, licht, indrukwekkendheid. De toekomst is niet aan Europa.

Vertrek dus naar Zhuhai, dat tegen de grens met Macau ligt, zodat naadloos kan worden doorgereisd. Trein uit, om de hoek door een grote, efficiënte grenshal, en voor je het weet sta je in Macau, waar opeens alles in het Portugees is. Veerboot van Macau naar Hong Kong, hoewel, veerboot? Een draagvleugelboot is het, die de vijftig of zo kilometer in een uur overbrugt, en weggezakt in een comfortabele stoel heb je de indruk in een luxe bus te zitten op een lange, rechte, licht deinende weg. We hadden weliswaar nog wat willen blijven hangen in Zhuhai en Macau, maar het grijze weer en de vluchten die we al vanaf Hong Kong hadden gereserveerd deden ons besluiten dezelfde dag nog door te reizen naar Hong Kong. Een paar dagen op bekend terrein, voordat zich onze wegen voor een paar maanden scheiden. Charlotte buigt af naar het zuidwesten, naar Maleisië en Thailand en dertig graden, terwijl ik noordoostwaards verder ga, naar Japan en onder nul.

Hoe anders zijn de indrukken die we de afgelopen vijf weken in China hebben opgedaan dan het beeld dat ik er daarvoor van had! Ja, er wordt nog steeds gerocheld en gespuugd, maar veel minder dan ik me van Beijing herinnerde. Roken is in bussen en treinen intussen verboden, en al wordt daar een enkele keer tegen gezondigd, de meesten houden zich eraan. Lompe mensen? Niet tegengekomen. Verrassend attent eigenlijk, en vol humor. Er zijn er die, zich bewust van de taalbarrière en daar ongemakkelijk mee, contact met de buitenlander uit de weg gaan. Er zijn er ook heel veel die met een glimlach en wat handen- en voetenwerk gemakkelijk over te halen zijn om toch een soort conversatie te beginnen. Natuurlijk zijn we hoofdzakelijk op plaatsen geweest waar buitenlanders plegen te komen. We hebben veel met etnische minderheden te maken gehad. Van de hoofdstad van het land zijn we ver weg gebleven. Allemaal waar. En het resultaat onder de streep: goh.

Ja hoor, we gaan Chinees leren.

Markt in Hong Kong waar zeedieren te koop zijn waarvan we niet wisten dat ze bestonden...

Markt in Hong Kong waar zeedieren te koop zijn waarvan we niet wisten dat ze bestonden…

Wellicht afgunstig op de bekendheid van Dali en Lijiang en tobbend met de eigen naam besloot in 2003 de burgemeester van Zhongdian de naam van de stad te veranderen in 香格里拉 oftewel Xiānggélǐlā, hetgeen, indien voldoende snel uitgesproken, het tot de verbeelding sprekende Shangri-La oplevert. Helaas, tien jaar later maakte een brand een voorlopig einde aan de idylle: het grootste deel van de binnenstad ging in vlammen op. Een dronken meisje, een elektrische kachel, er ging wat mis en de brandweer was machteloos.

Charlotte vond deze foto van de brand op news.cn.

Charlotte vond deze foto van de brand op news.cn.

Houten steden branden, dat is een historisch gegeven. En toch wordt de complete binnenstad opnieuw (bijzonder fraai trouwens) opgetrokken uit hout. Waarom? In de eerste plaats omdat toeristen dat mooi vinden. Daar komen ze voor. In de tweede plaats is het een wat cynische risico-analyse. De binnenstad zal opnieuw in vlammen opgaan, daar kun je zeker van zijn. Maar de kans dat dat gebeurt voordat de investeerders hun return on investment hebben geïncasseerd is verwaarloosbaar klein.

Want laat dit duidelijk zijn: de nieuwe oude stad is het terrein van investeerders. Hier wonen heel weinig autochtonen. De eigenaars zijn mensen die hier zelden een voet zullen zetten en de mensen die de winkel- en horecaruimte huren komen ergens anders vandaan en gaan naar huis in het laagseizoen.

Het is laagseizoen. De meeste horecagelegenheden zijn gesloten, een enkele heeft een bordje hangen waarop staat dat de sluiting duurt ‘van december tot maart’. Enkele winkels zijn geopend. Opvallend groot is het aantal panden waaraan gewerkt wordt en die alvast te huur staan of die al af zijn en te huur staan. Ook aan de infrastructuur worden nog wat laatste handen gelegd. Weliswaar vriest het ‘s nachts, maar overdag schijnt onveranderlijk de zon en stijgt de temperatuur tot waarden waarbij gewerkt kan worden.

Te huur, te huur, te huur. De halve nieuwe oude stad staat te huur.

Te huur, te huur, te huur. De halve nieuwe oude stad staat te huur.

Niet veel panden hebben verwarming. Een houtkacheltje in een restaurant, een elektrisch kacheltje in een hotelkamer, maar vaker zie je winkeliers en restaurateurs in winterkleding zitten met de deur open. De eerste paar nachten brengen we door in een hotel dat zowaar vloerverwarming heeft, maar die doet natuurlijk niets meer wanneer de stroom uitvalt. De stroom valt op een avond uit. Een meisje komt heel behulpzaam kaarsen brengen, maar we hebben niets om ze mee aan te steken en dus gebruiken we maar onze tablets. Kaarsen zijn sowieso een beetje passé. In het hotel waar we daarna verblijven krijgen we ook kaarsen zodra de stroom uitvalt. Deze keer worden ze gebracht door een man die ze zelf aansteekt en verontschuldigend meldt dat de hele stad zonder stroom zit. Herhaaldelijk gaat de stroom aan. En weer uit.

Maar ik loop op het verhaal vooruit, want tussen het eerste en het tweede hotel zit nog een kort verblijf in Fei Lai Si, een paar kilometer buiten Deqin.

Zonsopkomst in Fei Lai Si.

Zonsopkomst in Fei Lai Si.

We mogen tot 30 december in China blijven maar we hebben intussen drie ontdekkingen gedaan: het Chinese visum kan verlengd worden, dat kan eenvoudig in Shangri-La gedaan worden, en wat de derde ontdekking was weet ik niet meer. Voordat we het visum gaan verlengen willen we nog door naar het laatste dorp in het noordwesten van Yunnan waar we heen mogen – daarachter ligt Tibet, voor ons verboden gebied. Fei Lai Si (het is eigenlijk de naam van een klooster, maar er heeft zich een dorpje aan de voet ervan gevormd) ligt op zo’n 4000 meter boven zeeniveau, dat is weer bijna duizend meter hoger dan Shangri-La, en het biedt een fraai uitzicht op een bergketen met toppen tot 6740 meter. De weg ernaartoe is van een adembenemende schoonheid.

Zicht op de bergen vanuit de bus naar Deqin.

Zicht op de bergen vanuit de bus naar Deqin.

Er heerst een soort wildewestensfeer, we krijgen het gevoel in een vooruitgeschoven, vergeten buitenpost van een keizerrijk aanbeland te zijn. Verschillende hotels zijn dicht, bij andere worden we verbaasd ontvangen door iemand die probeert ons uit te leggen dat er geen verwarming is, of geen stromend water, of allebei. De taalbarrière neemt hier moeilijk voorstelbare dimensies aan. We lopen langs panden waarvan glazen deuren om onduidelijke redenen op straat liggen, in scherven. Af en toe steekt opeens een windvlaag op van een ongekende sterkte, die stof, karton en andere voorwerpen met hoge snelheid door de straat doet vliegen. Een stel Tibetanen loopt met lome, zware bewegingen, gekleed in zo te zien zelf van jakhuid gemaakte lange jassen, broeken en laarzen, langs ons heen, stapt op een paar Chinese motoren met moffen aan het stuur en geïmproviseerde bepakking achterop, en rijdt weg. Zodra ze de hoek om zijn valt weer zo’n stilte die wacht op de volgende gebeurtenis.

Het uitzicht op de bergen is zo fraai dat er een muur in het dorp is gebouwd om te voorkomen dat men er gratis van geniet. Entree voor een onbelemmerd uitzicht: 12 euro. Maar je kunt ook tweehonderd meter doorlopen, daar houdt de muur op...

Het uitzicht op de bergen is zo fraai dat er een muur in het dorp is gebouwd om te voorkomen dat men er gratis van geniet. Entree voor een onbelemmerd uitzicht: 12 euro. Maar je kunt ook tweehonderd meter doorlopen, daar houdt de muur op…

We lopen een hotel binnen dat er duur uitziet maar dat wellicht wat basisvoorzieningen heeft. Klopt, maar zodra we horen dat ‘mountain view’ kamers 150 euro duurder zijn dan ‘garden view’ kamers zijn we er weer weg. Ten slotte vinden we een hotel met verwarming en stromend water en we zijn ermee in onze nopjes, ook al is dit, en het eten dat we er bestellen, toch weer onverklaarbaar duur. De verwarming bestaat uit een elektrisch kacheltje dat ‘s nachts de temperatuur in de kamer moeizaam boven nul houdt. Het stromende water stroomt de volgende ochtend niet meer, want ijs stroomt niet. De temperatuur buiten is ‘s nachts tot een graad of tien onder het vriespunt gezakt. Ergens is kennelijk wel water want we zien mensen emmers en containers over straat dragen, een buiten staande wasmachine wordt daaruit gevuld.

We gaan op zoek naar ontbijt, lopen een hotel binnen waar ze ons de vorige dag een kamer lieten zien die we toen toch maar niet kregen omdat de verwarming niet goed werkte, en zien tot onze teleurstelling alleen ‘ontbijtgranen’ op de ontbijtkaart staan. We vragen of ze ook Chinees eten hebben. Jawel hoor, zegt het meisje. Nou, doe ons dat dan maar, zeggen we, waarop ze antwoordt: kan niet, de kok is er niet. Uiteindelijk vinden we na enig zoeken een smerig restaurantje waar degene die voor ons een noedelsoep bereidt vervolgens tegen de tv begint te praten.

We hebben het hier wel gezien en besluiten nog dezelfde dag terug te gaan naar Shangri-La. De terugweg is opnieuw onbeschrijfelijk mooi.

Ondanks deze tegenvallers zijn we erg enthousiast geworden over China, of in ieder geval over Yunnan. In de buurt van Fei Lai Si zijn prachtige, dagenlange voettochten te maken, maar we hebben er nu de tijd niet voor. Ook zou ik graag door de bergen vanuit Shangri-La naar Chengdu willen reizen, en verder noordwaards nog, maar ook dat zullen we een andere keer moeten doen. We zijn al bezig met andere plannen, ik heb me b.v. intussen ingeschreven bij een talenschool in Sapporo voor drie maanden Japanse les vanaf 11 januari.

De verlenging van het visum is aangevraagd. Maandag kunnen we onze paspoorten ophalen, daarna kunnen we oostwaards verder. Misschien hadden we beter zonder ons om verlenging te bekommeren over een paar dagen naar Hong Kong kunnen vliegen en daar een week doorbrengen. Och, is ook wel goed zo.

Modale vuurwerkwinkel in Shangri-La, nieuwe stad.

Modale vuurwerkwinkel in Shangri-La, nieuwe stad.

Slager ontvelt de kop van een jak. Shangri-La, nieuwe stad.

Slager ontvelt de kop van een jak. Shangri-La, nieuwe stad.

Voor het ontbijt gaat er niets boven een kom dampende noedels.

Voor het ontbijt gaat er niets boven een kom dampende noedels.

Plein in Shangri-La, nieuwe stad.

Plein in Shangri-La, nieuwe stad.

Dit hebben we vaker gezien: een eetgelegenheid waar schedels, staarten en allerlei onbeschrijflijkheden bij de ingang hangen. Rechts naast de deuropening valt te lezen wat je er kunt verwachten: jak hoofd hoef 'hot pot'. Hot pot (we kennen het als steamboat in Maleisië en shabu-shabu in Japan, en in het Nederlands als Chinese fondue) bestaat uit een pan bouillon die midden op tafel aan de kook gehouden wordt en waar je zelf allerlei ingrediënten in kookt - in dit geval dus kop en hoeven van de jak.

Dit hebben we vaker gezien: een eetgelegenheid waar schedels, staarten en allerlei onbeschrijflijkheden bij de ingang hangen. Rechts naast de deuropening valt te lezen wat je er kunt verwachten: jak hoofd hoef ‘hot pot’. Hot pot (we kennen het als steamboat in Maleisië en shabu-shabu in Japan, en in het Nederlands als Chinese fondue) bestaat uit een pan bouillon die midden op tafel aan de kook gehouden wordt en waar je zelf allerlei ingrediënten in kookt – in dit geval dus kop en hoeven van de jak.

De naam van dit gerecht is te vertalen als 'noedels met jakvlees in aardewerken kom'. Het smaakt nog beter dan het eruit ziet.

De naam van dit gerecht is te vertalen als ‘noedels met jakvlees in aardewerken kom’. Het smaakt nog beter dan het eruit ziet.

Bruiloft in Shangri-La.

Bruiloft in Shangri-La.

Charlotte probeert jakmelk. Op de achtergrond een tempel met een reusachtige gebedsmolen.

Charlotte probeert jakmelk. Op de achtergrond een tempel met een reusachtige gebedsmolen.

Draaien aan de gebedsmolen. Zwaar ding... Foto: Charlotte.

Draaien aan de gebedsmolen. Zwaar ding… Foto: Charlotte.

'Enduring pulchritude'? Het is inderdaad een mogelijke vertaling van de Chinese naam. Een betere vertaling is misschien: eeuwige schoonheid. Mooie naam, maar de wijn is mislukt. Dan is de andere, met de naam 'Shangri-La', al heel wat beter.

‘Enduring pulchritude’? Het is inderdaad een mogelijke vertaling van de Chinese naam. Een betere vertaling is misschien: eeuwige schoonheid. Mooie naam, maar de wijn is mislukt. Dan is de andere, met de naam ‘Shangri-La’, al heel wat beter.

Een kwart van de wereldbevolking kent hem als 虎跳峽, een aanzienlijk deel als Tiger Leaping Gorge, en ik noem hem (anders dan Wikipedia) de Tijgersprongkloof. 60 km ten noordwesten van Lijiang stort zich een watermassa die van de Tibetaanse hoogvlakte komt en op weg is naar de Chinese Zee bij Sjanghai door een smal dal tussen een aantal hoge bergen. Een pad dat enkele honderden meters boven de rivier een aantal bergdorpen verbindt en sinds mensenheugenis door herders is gebruikt heeft in de loop der jaren een gestaag groeiend aantal bezoekers getrokken en overal herbergen doen ontstaan.

Op weg naar boven

Op weg naar boven

Door omstandigheden konden we niet de hele route lopen, dus hebben we ons per auto naar één van de bergdorpen laten brengen, om van daar twee dagen te gaan lopen. Hoe goed het bevallen is mag blijken uit een conversatie die we tijdens het lopen hadden:

– Nogal gavig hè…
– Ja, dit is redelijk spectaculair.

Een indruk van de hoogteverschillen: de toppen steken ver boven de 5000 meter uit, de rivier blijft dik onder de 2000 meter.

Een indruk van de hoogteverschillen: de toppen steken ver boven de 5000 meter uit, de rivier blijft dik onder de 2000 meter.

Eerste overnachting: het is natuurlijk december. Tot nu toe hadden we daar waar we overnachtten altijd wel iets van verwarming gehad: een vloerverwarming die het een beetje deed, een airconditioning die ook warme lucht kon produceren. Met electrische dekens en dikke dekbedden kon dat wel. Nu, voor het eerst, hadden we geen verwarming in de kamer. Onder het dekbed was alles oké, maar daarbuiten gingen alarmbellen rinkelen. De eerste nacht was koud. De eerste ochtend was koud.

Niet alleen wij vonden dat. Kort voordat de zon opkwam hief een zwaarmoedige haan een klaaglied aan met lange uithalen dat (was het mijn verbeelding?) klonk als: ik heb het zo kououououd! Vlak daarna begon een hond met het eenvoudige vocabulaire dat van een hond verwacht kan worden te roepen: ‘Koud, koud! Koud, koud, koud!’

Een strenge, indrukwekkende schoonheid.

Een strenge, indrukwekkende schoonheid.

De grotendeels naakte, op het noord-westen gelegen rotswand die in al zijn donkerheid het hele grote raam van onze kamer met uitzicht vulde en waar de zon pas om een uur of half elf bovenuit kwam kon de indruk van kou alleen maar versterken. En daarbij was het – wat? – een paar graden onder nul? Niets bijzonders. De Singaporeaan van wie we de reisbeschrijving hadden gekregen had in deze regio in februari gewoon drie broeken en twee jassen over elkaar gedragen, niets aan de hand.

Ochtendzon door een wolk heen: het landschap begint op te warmen.

Ochtendzon door een wolk heen: het landschap begint op te warmen.

Zodra de eerste stralen zon het landschap, en ons, bereikten zetten we ons op weg naar een dorpje op anderhalf uur loopafstand, waar we wilden lunchen. Al snel konden we lagen kleding uittrekken, en de donkere wanden aan de overkant van de kloof kregen een strenge, indrukwekkende schoonheid. Een herder die we al de vorige avond met zijn kudde waren tegengekomen ging dezelfde kant op als wij. Met een bijna tandeloze lach gebaarde hij: gaan jullie daar eten? Ik ook!, en hij beende vastberaden voor ons uit.

Aangekomen bij het guesthouse waar we hadden willen lunchen werd duidelijk waar hij naartoe op weg was geweest: er was een bruiloftsmaaltijd gaande met honderden gasten. We konden, werd ons gezegd, met het personeel mee-eten wanneer de gasten naar huis waren. Anderhalf uur later, terwijl we verbaasd keken naar de berg etensresten (bot, zeen, alles wat niet goed eetbaar was) die de gasten discreet uit hun mond naast zich op de grond hadden laten vallen, besloten we terug te keren naar ons guesthouse en daar wat te eten, in de rust van ons eigen privéterras, bij de nu door de zon beschenen, tot boven de vijfduizend meter uitrijzende bergen aan de overkant.

Een pad dat sinds mensenheugenis door herders wordt gebruikt.

Een pad dat sinds mensenheugenis door herders wordt gebruikt.

De volgende dag liepen we het laatste deel van de tocht, over richels, langs watervallen, over rotsen, met steeds het ongenaakbare gebergte aan de overkant en de rivier in de diepte. Bij het eind aangekomen bleek het nog mogelijk met twee opeenvolgende bussen door te gaan naar de plaats die, niet ver van hier, de tot de verbeelding sprekende naam Shangri-La heeft gekregen. En daar gaat het volgende verslag vandaan komen.

Ochtendzon.

Ochtendzon.

Nogal fraaie omgeving.

Nogal fraaie omgeving.

Boerderij op tweeduizend meter hoogte.

Boerderij op tweeduizend meter hoogte.

Een houtskoolvuur om de handen te warmen.

Een houtskoolvuur om de handen te warmen.

Foto: Charlotte.

Foto: Charlotte.

Foto: Charlotte

Foto: Charlotte

Foto: Charlotte. Bewerking: moi.

Foto: Charlotte. Bewerking: moi.

In de omgeving van Dali liggen allerlei boerendorpen die beslist een bezoek waard zijn, en de beste manier om ze te bezoeken is met de fiets. Zo kun je gemakkelijk van dorp naar dorp gaan en eenmaal binnen de dorpsgrenzen, geruisloos dwalen door steegjes waar je enkel voetgangers en langzame voertuigen tegenkomt, over met plakken stront bekleed plaveisel, langs poorten die een vluchtige blik bieden op binnenhoven met allerlei boerenspul, het ruikt zoals het hoort en het doet wat nostalgisch aan maar de boerderijen zien er van buiten uit als ommuurde Chinese paleizen, en dan sta je opeens op een dorpsplein waar de waarschijnlijk dagelijkse markt plaatsvindt, en je wordt eraan herinnerd dat Yunnan vooral bestaat uit een enorm aantal etnische minderheden.

Rechts een boerderij in de buurt van Dali, links een aquaduct waarmee water uit het meer naar de velden gebracht wordt.

Rechts een boerderij in de buurt van Dali, links een aquaduct waarmee water uit het meer naar de velden gebracht wordt.

Kleine dorpen, kleine markten.

Kleine dorpen, kleine markten.

Hier worden rozenknoppen geoogst die op de markt verkocht worden en aan de thee toegevoegd. Meer dan dat trof me het tegenlicht, dat de voorgrond doet opvlammen en de hellingen op de achtergrond in de schaduw houdt.

Hier worden rozenknoppen geoogst die op de markt verkocht worden en aan de thee toegevoegd. Meer dan dat trof me het tegenlicht, dat de voorgrond doet opvlammen en de hellingen op de achtergrond in de schaduw houdt.

We hebben een omweg overwogen naar een uithoek van de provincie waar een Nederlander woont tussen een volk van ‘irréductibles’ (de Nederlandse vertaling van ‘onoverwinnelijke Galliërs’ dekt de lading niet helemaal), maar we willen eerst door naar het noordwesten en dan kijken hoe we met de tijd zitten.

Lijiang, een paar uur verder naar dat noordwesten over opnieuw zo’n snelweg die met bruggen en tunnels een einde maakt aan het idee van een land dat ‘zich ontwikkelt’, is nog zo’n moet-je-gezien-hebben plaats. De binnenstad staat onder Unesco werelderfgoedbescherming en is dus, net als Dali, gerenoveerd tot openluchtmuseum.

Allemaal goed bedoeld hoor, dat Unesco-gedoe, maar wat we in de praktijk zien is dat de bewoners verdwijnen en er iets ontstaat waar bezoekers zijn en geld verdiend wordt maar waar geen leven meer mogelijk is. Ik vrees voor de oudere delen van George Town op Penang, die in 2008, als ik me niet vergis, tot werelderfgoed zijn verklaard. Zoals vaker zal het enkel om het geld gaan dat verdiend kan worden – degenen die nu nog wonen in het nieuw benoemde erfgoedgebied maar geen eigenaar zijn, zijn de grote verliezers.

20151214_155746.jpgIn eerste instantie bevielen ons de smalle straatjes met het soort plaveisel waar je niet met een voertuig overheen zou willen, als het al was toegestaan, en waar dus de voetganger zich veilig weet.

Maar de betovering werd verbroken. Dezelfde winkels als in Dali, dezelfde meisjes in de (naar de straat toe open) bongowinkels die de hele dag door lusteloos trommelen op een cd-achtergrondmuziekje, dezelfde snoepverkopers, dezelfde snuisterijen, ze snuisteren maar zoveel als ze willen hoor, maar het ging vervelen. Het deed ook al geen goed dat voor alles veel geld betaald moest worden en we er te weinig voor terugkregen. Een flesje laf bier en een glas ondrinkbare wijn: dertien euro. Je moet maar durven.

We aten wat in de buurt. Ik zag hoe voor een gerecht dat we besteld hadden wat kip in stukjes gehakt werd. Chinezen doen dat: nooit gehoord van de methode die b.v. Italianen gebruiken om een kip in stukken te verdelen zonder één bot te breken, nooit gehoord van uitbenen. Nee, de hakbijl gaat eroverheen, het arme beest wordt doorkliefd zonder enig respect voor de anatomie. Resultaat: een gerecht met een paar stukjes kip waar bijna geen vlees aan zat (het zullen de voetjes geweest zijn) maar wel vlijmscherpe stukjes bot. En tot overmaat van ramp: smaakversterkers, zo sterk dat een paar happen genoeg waren om te zeggen: laat maar. Ik voelde me beledigd en wilde weg uit Lijiang. De volgende ochtend ontbeten we met een noedelsoep waar juist weer geen smaak aan zat. Ik wilde weg uit Lijiang.

Ah… hoeveel beter was ons Jinghong bevallen, de vriendelijke districtshoofdstad waar net genoeg bezoekers waren om een aangename sfeer te scheppen, en niet zoveel dat het soort massatoerisme kon ontstaan waar enkel nog de omzet telt en de concurrentie een behoorlijke omzet onmogelijk maakt. Zelfs de miljoenenstad Kunming beviel beter. En in Dali hadden we gelogeerd in een guesthouse waar we meeaten met het personeel en waar we ons werkelijk welkom hadden gevoeld. Hee, ook Mengla, waar we met niemand konden praten maar waar we vriendelijk waren ontvangen was een avontuur geweest. Eigenlijk was ons alles tot nu toe heel erg bevallen!

Maar dit… oké, vlak buiten de oude stad bleek echt leven te bestaan. Een kapper die je aanwijzingen negeert en gewoon doet wat hij zelf wil en die gewoon gelijk heeft, een minuscuul optrekje waar met vaardige hand eenvoudige gerechten voor je worden klaargemaakt waar je te weinig voor betaalt, en dan krijg je ook nog met een gulle lach Chinese les… Eigenlijk zou je Lijiang moeten bezoeken zonder een voet te zetten in de oude stad. Maar daarvoor kom je niet in Lijiang…

Een paar kilometer verderop was nog zoiets authentieks, nee Shuhe was véél authentieker, een bezoek waard… vergeet het maar. Bongowinkels, snuiste… laat maar.

Bongowinkel!

Bongowinkel!

Het was tijd. Weg uit Lijiang.

Maar Lijiang was nog niet helemaal klaar met ons. Ik ging ‘s morgens melden dat er geen warm water uit de douche kwam. Eerst wilde het meisje me een thermos met heet water meegeven, zoals gebruikelijk: drinkwater voor de hele dag. Nee, dat bedoelde ik niet, en ik probeerde het opnieuw, met gebarentaal. Ze keek me aan. En haalde toen een handdoek. Toen maar de telefoon erbij gehaald om te vertalen, en haar gezicht klaarde op. Haar antwoord kon worden vertaald als: kapot. Sollie. Charlotte, die met een hoofd vol haarverf stond die uitgespoeld moest worden, accepteerde stoïcijns het gegeven dat dat dus met water van twee graden gedaan moest worden.

Wat opviel was dat het meisje wist dat de warmwatervoorziening kapot was maar bij mijn pogingen uit te leggen dat we geen warm water hadden geen moment daaraan dacht. In grote delen van Zuidoost-Azië hoef je er niet op te rekenen dat mensen in staat zijn tot zelfstandig denken, verbanden leggen, anticiperen, conclusies trekken, initiatief nemen. In China leek dat beter te gaan. Leek.

Charlotte moet af en toe met vreemden op de foto.

Charlotte moet af en toe met vreemden op de foto.

Vertrek uit Kunming, op weg naar Dali

 Vertrek uit Kunming, op weg naar Dali

Even een kort bericht tussendoor met hoofdzakelijk foto’s, want na één dag rondlopen in de oude stad Dali is er meer dan genoeg om te laten zien.

Dali is een fenomeen. Wat eens een pittoresk oud dorp geweest moet zijn is nu een pittoresk nieuw dorp waar het wonderwel goed toeven is. Op voorbeeldige wijze gerestaureerd en voorzien van ontelbare winkeltjes die allemaal hetzelfde verkopen (sieraden, bongo’s, zoetigheden) komt de voetgangerszone die een soort centrum vormt over als een enorm openluchtmuseum. Die indruk wordt versterkt door de afwezigheid van produkten en diensten die mensen in hun dagelijks leven nodig hebben. Een oude vrouw die rondloopt met een bamboe stok over de schouder met daaraan twee manden met onbestemde waar en een grijsaard die ergens met berustende blik authentiek zit te wezen, tot en met de kleding die doet denken aan wat eens alle Chinezen droegen, doen daar niet aan af.

Wat het meest opvalt zijn de toeristen, en daar kijken we onze ogen naar uit. Een paar Europees uitziende mensen, ja, een handvol. En ook Chinezen uit andere landen, zoals een groep uit Sarawak die achter me stond terwijl ik twee net geleerde woorden Chinees uitprobeerde op een verkoper, wat leidde tot de uitroep: je spreekt Chinees!

Maar vooral: honderdduizend Chinezen die in eigen land op vakantie zijn. Vaak in groepen, altijd kleurrijk gekleed,  assertief, zelfverzekerd, opgewekt.

Onderstaande foto’s geven daar een indruk van en zijn niet van commentaar voorzien omdat commentaar niet nodig is. Er zitten ook plaatjes bij van jonge en heel jonge mensen die er hun trouwfoto’s laten nemen, op een mooie, frisse dag. Er zitten geen plaatjes bij van de buiten de voetgangerszone gelegen gebieden, waar markten zijn, en ambachtslieden, en bewoners.

20151211_133551.jpg

20151211_120150_20151211193500308.jpg

20151211_140203.jpg

20151211_153751.jpg

20151211_124725.jpg

20151211_124150.jpg

20151211_152651.jpg

20151211_121410.jpg

20151211_120558.jpg

20151211_114738.jpg

20151211_124920_20151211191114909.jpg

pixlr_20151211164401659.jpg

20151211_125626.jpg

20151211_131604.jpg

Behalve de Engelse tekst valt het schrift op van de taal van de Dai (of Tai), die een groot deel van de bevolking van Jinghong vormen.

Behalve de Engelse tekst valt het schrift op van de taal van de Dai (of Tai), die een groot deel van de bevolking van Jinghong vormen. Foto: Charlotte.

Na het incident aan de grens waarbij we bijna de laatste dertig kilometer naar onze eerste Chinese bestemming hadden moeten lopen en dat alle vooroordelen over Chinezen had bevestigd hebben we ons oordeel zozeer bijgesteld dat we allebei begonnen zijn wat Chinees te leren… Daar zijn verbazend goeie apps voor te krijgen.

Jinghong, de hoofdstad van het district Xishuangbanna in het zuiden van Yunnan, was een bijzonder plezierige stad om een paar dagen in door te brengen. Brede, met palmbomen omzoomde wegen, talloze lokale en internationale cafés en restaurants, een bevolking waarvan een groot deel verwant is aan de Thais – dat is een succesformule. We genoten eenvoudig van de stad en maakten enkel een uitstapje langs dorpen in de omgeving op de enige dag dat het regende, jammer. ‘s Morgens was een extra laagje kleding nodig, ‘s middags kon de temperatuur nog oplopen tot 25 graden. Heerlijk. Maar we wilden nog verder hè, dus we stapten maar weer eens in een bus.

Openbaar toilet langs fe weg van Jinghong naar Kunming. Een geul waarin alles wat je laat vallen blojft liggen en die vermoedelijk aan het eind van de dag wordt gespoeld. En muurtjes, voor de privacy. Aan alles is gedacht...

Openbaar toilet langs de weg van Jinghong naar Kunming. Een geul waarin alles wat je laat vallen blijft liggen en die vermoedelijk aan het eind van de dag wordt gespoeld. En muurtjes, voor de privacy. Aan alles is gedacht…

Van Jinghong naar Kunming loopt niet, zoals in Laos, een smalle tweebaansweg die alle contouren van de bergen volgt, maar een indrukwekkende snelweg die met eindeloos veel bruggen en tunnels het grillige berglandschap tot een gemakkelijk overwonnen, fascinerend speelterrein maken. Waar we onder de duizend meter hoogte bleven was de hemel grijs en was het land één grote rubberplantage, terwijl daarboven (waar rubberbomen het niet goed doen) de zon scheen en ongerept bos werd afgewisseld door theeplantages die de grondstof leveren voor de bekende Pu’er thee.

Boven: mijn nieuwe lange broek. De broek en het merk komen me bekend voor. Onder: het 'internationale kledingmerk' camel active.

Boven: mijn nieuwe lange broek. De broek en het merk komen me bekend voor. Onder: het ‘internationale kledingmerk’ camel active.

In Kunming, de stad van de eeuwige lente, was het even geen lente. Met een middagtemperatuur van twaalf graden en een ochtendtemperatuur die daar nog duidelijk onder lag was duidelijk wat ons als eerste te doen stond: winterkleding kopen. Waar winterkleding nodig is wordt die natuurlijk verkocht, en zonder probleem vonden we zowel winkels die Europese buitensportkleding aanboden tegen aantrekkelijke prijzen als zaken waar kleding lag uitgestald die de Europese markt niet zal halen, voor nog aantrekkelijker prijzen.

In Jinghong waren we een gepensioneerde luchtmachtpiloot uit Singapore tegengekomen, die bezig was met zijn tweede reis door China. Hij was zo aardig ons het verslag van zijn eerste reis toe te sturen. Weliswaar is Mandarijn zijn moedertaal, maar zijn aantekeningen waren in het Engels en ze boden interessante inzichten.

Als Singapore-Chinees verwonderde hij zich over China-Chinezen die geen rekening houden met anderen, luidruchtig zijn, geen manieren hebben. En hij merkte regelmatig op dat een restaurant smerig was of een stad (Dali) juist schoon en ordelijk. Aan de andere kant stelde hij tevreden vast dat Confuciaanse waarden als respect voor ouderen en hard werken, ook  al levert dat weinig op, nog steeds gelden. Zonder taalbarrière vond hij gemakkelijk zijn weg, praatte hij met mensen. En hij vond het eten dat hij wilde – zoals de geroosterde hele eenden die hij regelmatig op de markt kocht en meenam naar zijn hotelkamer, voor het middageten.

Oude wijk in Kunming die gaandeweg wordt opgeknapt.

Oude wijk in Kunming die gaandeweg wordt opgeknapt.

Geen crossing the bridge noodles, dit. Wel: gebakken lotuswortel met verschillende pepers.

Geen crossing the bridge noodles, dit. Wel: gebakken lotuswortel met verschillende pepers.

In zijn beschrijving kwamen we voor het eerst het gerecht tegen met de poëtische naam crossing the bridge noodles. Het bleek een typisch Yunnanese noedelsoep te zijn die we dus maar meteen zijn gaan uitproberen. Na wat initiële taalproblemen slaagden we erin het te bestellen, en het personeel kwam ons zelfs voordoen wat de bedoeling was. Er kwamen kommen bouillon op tafel, kommen met verse rijstnoedels, ongekookte kwarteleitjes en een hele reeks bordjes met dungesneden vlees, groente, paddestoelen. Al die ingrediënten gingen de bouillon in, waarbij het belangrijkste was de noedels als laatste toe te voegen om te voorkomen dat ze te zacht werden. Ook in Penang kennen we die voorzorg, want als we daar noedelsoep bestellen om mee naar huis te nemen worden altijd de noedels in een apart plastic zakje gedaan. Crossing the bridge noodles bleken de charme te hebben van wat je zelf aan tafel bereidt, en de subtiele combinatie van smaken die de ingrediënten aan de bouillon gaven.

Kunming bleek verder vooral een grote, moderne stad te zijn. Drie miljoen inwoners, zes miljoen als je de voorsteden meetelt, en met flinke tegenstellingen. Nog voordat we met de taxi van het busstation in de binnenstad waren aangekomen zag ik op een gegeven moment drie Porsche Cayennes om ons heen. En hier en daar een BMW X6. En trotse hoogbouw, uitnodigende etalages. Westerse luxemerken.

Maar ook zagen we onder een brug piepkleine onderkomens waar mensen werkten en sliepen op een oppervlakte van hooguit vijf of zes vierkante meter. Mensen met verweerde gezichten en besmeurde handen, door meerdere lagen kleding beschermd tegen de kou, zaten (het liep tegen de middag) tussen wat gereedschap en onbestemd metaal kommen dampende noedels op te slurpen.

Op de vogel- en bloemenmarkt.

Op de vogel- en bloemenmarkt.

We bezochten een markt die bekend staat als de vogel- en bloemenmarkt, waar behalve vogels en bloemen vooral hondjes te koop zijn, en daarnaast konijnen, hamsters, schildpadden, slangen, reptielen, kevers, schorpioenen, larven… en artikelen die altijd van pas komen, zoals hoornen kammen, armbanden van jade, en werpsterren.

Meeuwen op weg van Siberië naar het zuiden.

Meeuwen op weg van Siberië naar het zuiden.

En we keken verbaasd naar de duizenden meeuwen die in een park te vinden waren en waar heel Kunming op af kwam om ze te voeren en ze te fotograferen. Het blijken meeuwen te zijn die tegen de winter vanuit Siberië naar het zuiden migreren en daarbij langs Kunming komen. En ik maar denken dat meeuwen alleen langs de kust voorkomen…

Morgen gaan we verder, met de trein naar Dali.

O, bijna vergeten: stel je een Aziatische stad voor waar alle (alle!) scooters electrisch zijn! Kunming, ja. Je hoort ze niet. En om nog meer voor het milieu te doen rijden ze ‘s avonds zonder licht. Dan zie je ze ook niet meer… Heel bijzonder.

Calligraferen op straat met behulp van een kwast en... water!

Calligraferen op straat met behulp van een kwast en… water!

Eerst nog wat foto’s laten zien die over zijn van onze laatste dagen in Laos, dan gaan we China in.

Bij Muang Sing. Foto: Charlotte.

Bij Muang Sing. Foto: Charlotte.

Bij Phongsali. Foto: Charlotte.

Bij Phongsali. Foto: Charlotte.

Bij Luang Nam Tha.

Bij Luang Nam Tha.

Bij Luang Nam Tha.

Bij Luang Nam Tha.

Bij Luang Nam Tha.

Bij Luang Nam Tha.

Tijdens een college rechtsanthropologie aan de UvA dat ik volgde in de tachtiger jaren werd gesproken over ‘ Chinezen die als schaduwen langs elkaar heen glijden, zonder elkaar te raken’. De werkelijkheid die ik later in Beijing en Shanghai zag was heel anders: Chinezen uit China (in tegenstelling tot Chinezen uit andere landen) bleken grove, vulgaire en vooral heel lompe mensen te zijn. Glijden als schaduwen langs je heen? Had je gedacht! Dwars door je heen lopen ze, als je niet op tijd aan de kant springt. In het verkeer lieten vooral automobilisten een levensgevaarlijke onverschilligheid zien. Diezelfde onverschilligheid en zelfs gewetenloosheid vind je terug in voedselschandalen, die van een andere aard zijn dan die in Europa (melanine in de babymelk, hamburgers van mensenvlees, voor hergebruik gereinigde bakolie waar motorolie in blijkt te zitten enz enz), en in de merkwaardige opvattingen die Chinezen hebben over onderdelen van dieren die ze beslist moeten hebben en die vele diersoorten tot op de rand van uitsterven brengen.

Met dit alles in het achterhoofd wordt duidelijk waarom Chinees leren niet op het verlanglijstje staat, en zelfs het land bezoeken nooit een hoge prioriteit heeft gehad. Dan ligt b.v. Griekenland al heel anders.

Zo heeft zich in de loop der jaren een hardnekkig vooroordeel gevormd dat de komende tijd op de proef gesteld gaat worden. Kan nog interessant worden.

Het begon meteen al aardig. In Luang Nam Tha waren we ingestapt in een Chinese bus die ons over de grens tot in Mengla in het zuiden van Yunnan zou brengen. Bij de grens waren wij iets langer bezig dan de overige passagiers omdat wij als enigen een aankomst- en vertrekkaart moesten invullen. Wat zal het geweest zijn – tien minuten? Niet eens.

Toen we klaar waren en buiten kwamen was onze bus weg. Vertrokken. Zonder ons.

Toevallig stond er wel nog een Laotiaanse bus, waarvan de chauffeur bij onze vraag of hij wist waar onze bus was een verschrikt gezicht opzette, want hij had hem zien wegrijden. En vervolgens bood hij aan dat we met hem mee konden. Zijn kaartjesverkoper zei nog iets over kaartjes verkopen, maar dat werd resoluut weggewuifd, geen sprake van. Eenmaal aangekomen bij het busstation van Mengla vonden we onze eigen bus terug. Charlotte haalde er haar yogamat uit, het enige dat we bij de grens in de bus hadden laten liggen, en we bedankten de Chinese chauffeur met een uitvoerig soort sarcasme dat hem niet in het minst leek te raken. Hij knikte van ja ja, hij was druk bezig met zijn telefoon. Wat een lul…

Nog bij de grens had China al een duidelijke nederlaag geleden. China-Laos: 0-1. Of nee, eerder 0-5. Vooroordeel bevestigd.

In Mengla konden we onze eerste indrukken van het dagelijks leven van een reiziger in China tegemoet zien. Mengla was niet, zoals we hadden verwacht,  een achtergebleven dorp in een verre uithoek van het land, maar een moderne, levendige kleine stad. Geld vinden had de hoogste prioriteit. De eerste pinautomaat accepteerde mijn kaart niet, de tweede wel. Vervolgens: hotel vinden. Niet zo eenvoudig, want bijna nergens stond ‘hotel’. In plaats daarvan moesten we uitkijken naar allerlei verschillende Chinese karakters die wel of niet gebruikt kunnen worden om een overnachtingsmogelijkheid aan te duiden, want verder waren hotels niet te onderscheiden van zakelijke of overheidsgebouwen. Eenmaal een hotel gevonden, bleek met gebarentaal en wat goede wil heel wat communicatie mogelijk, en dus hadden we een kamer. Daarna wat te eten zoeken. Een restaurant was snel genoeg gevonden, maar de menukaart was enkel in het Chinees.

En hier brak een straaltje zon door: kom maar mee in de keuken, wijs wat aan, dan doen we daar iets mee. En inderdaad, net als in Laos werkte dit. Heel goed zelfs, en al gauw zat het voltallige personeel over Charlotte’s schouder mee te kijken terwijl zij zinnen als ‘wij komen uit Nederland’ intypte in de Google Translate app, waarvoor we gelukkig op tijd een offline woordenboek hadden gedownload en die dus alles netjes in het Chinees vertaalde. Want hee, niets van Google’s online diensten werkt in China… wordt allemaal geblokkeerd. Tussenstand China-Laos: 1-6.

Na een wandeling langs een markt waar we herhaaldelijk door goedlachse verkopers werden aangesproken en door winkelstraten waar we welwillend-nieuwsgierig werden bekeken trokken we ons in het hotel terug met een fles in Yunnan geproduceerde wijn die ondrinkbaar bleek en een Chinese alcohol die de indruk wekte te zijn gemaakt van slangengal, en zo lieten we een bewogen dag rustig aan zijn einde komen. China-Laos: 2-7.

Overigens: Ook WordPress is geblokkeerd, maar bloggen kan m.b.v. een Virtual Private Network.

 

Gewoon op straat, in Mengla in het uiterste zuiden van Yunnan. Vriendelijke, nieuwsgierige mensen en een smartphone met Google Translate.

Gewoon op straat, in Mengla in het uiterste zuiden van Yunnan. Vriendelijke, nieuwsgierige mensen en een smartphone met Google Translate.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 40 other followers